Mijnlampen.

 

In de hele vroege mijnbouw gebruikte men olielampjes (de zg. Frösch lamp), later werden ook carbidlampen gebruikt. De eerste benzinelamp was de Davy-lamp, dit was de eerste lamp waarmee op een veilige manier gevaarlijke gassen zoals methaan en kooldioxide gemeten konden worden en was een uitvinding uit 1815 van Sir Humphry Davy. Later werd de benzinelamp telkens verbeterd. In de Limburgse Mijnen werden veelal mijnlampen gebruikt van Duitse makelij. De bekendste merken waren Friemann & Wolf, Zwickau, Wilhelm Seippel en CEAG. Naast de benzinelampen waren er nog meerdere soorten lampen zoals acculampen (ook wel potlamp genoemd), petlamp met accu.De opzichters en schietmeesters droegen de benzinelampen waarmee ze het eventueel aanwezige mijngas konden meten, de mijnwerker zelf had een potlamp en een petlamp met accu. Iedereen was verplicht om bij ontvangst van de lamp te controleren of de lamp goed gesloten was, onbeschadigd en goed brandde. De accu's van elektrische lampen waren gevuld met alkaliloog, wat brandwonden kon veroorzaken. Een lamp die zwakker ging branden (zg. roodbrander) moest meteen worden uitgedraaid anders kon de accu beschadigd raken. Het verdiende aanbeveling om een accutas of een rubber of vilten beschermplaat te gebruiken.

 klik op onderstaande submenu's.

 

( foto's niet kopiëren i.v.m. auteursrechten, Auteurswet 1912 )

© www.gluckauf.nl

 

Originele nagels die werden gebruikt om mijnlampen op te hangen ondergronds. Deze werden in de houten stutten geslagen. 

© www.gluckauf.nl