Kolen.

 

Er waren vele soorten steenkool om mee te stoken zoals nootjes 1, 2, 3, en nootjes 4. De grootte van de steenkool werd aangeduid met de term nootjes, het grootste formaat (meer dan 5 cm) werd nootjes nr. 1 genoemd, de nog kleinere en goedkopere nootjes 2 en nootjes 3 waren in de jaren twintig het meest gangbaar voor huisbrand. De nog kleinere en goedkopere nootjes 4 (1á 2 cm.) kwamen pas rond 1930 in gebruik.Verder waren er nog andere varianten van steenkool zoals antraciet, eierkolen, briketten/blokbriketten, syntraciet en cokes. Syntraciet was vanaf begin 1961 een nieuw product onder de naam Syntraciet 61. Voor de productie van Syntraciet werd op het terrein van de Staatsmijn Wilhelmina een nieuwe fabriek gebouwd inclusief een bijbehorende 75 meter hoge schoorsteen. De grondstof voor Syntraciet 61 was een speciale antraciet granulatie. Volgens het speciale procédé werd het geperste halfproduct in de reactiebakken van de fabriek verwerkt tot een gaaf en constant eindproduct in de vorm van een kussentje met groeven. 

Blokbriketten waren bestemd voor industriëel gebruik, de zware briketten hadden aanvankelijk een gewicht van 3 kilo, later ook van 7 en 10 kilo. De briketten van 10 kilo werden gebruikt als brandstof voor onder andere tramlocomotieven. Dat was goedkoper dan het gebruik van grote stukkolen, bovendien namen de blokbriketten door hun rechthoekige vorm minder opslagruimte in beslag. In dezelfde ruimte kon men 30-40% meer brandstof opslaan. Het beladen of stapelen van blokbriketten in spoorwegwagons was een zwaar karwei. De nog warme blokken kwamen door een automatische goot omlaag glijden en moesten met de hand gepakt en netjes opgestapeld worden zonder dat ze beschadigd werden. Voor dit werk waren alleen jonge, behendige mannen geschikt en ze werden "snappers" genoemd. Meestal stonden er 2 in een wagon en een derde zat op de rand als reserve en aflosser. Het was een bezigheid die oefening vereiste. Per minuut stapelde men ongeveer 25 blokken van 10 kilo, 50 blokken van 7 kilo en 75 blokken van 3 kilo, een bijzondere prestatie.

Steenkool is ontstaan uit resten van planten.

Voor meer dan 300 miljoen jaren geleden lag dit gebied waar wij ons thans bevinden op de evenaar in de richting van Mexico.

Het was gelijk zeeniveau, bij benadering enkele duizenden km lang en breed 300 km.

Omdat het in de tropen lag was er natuurlijk een enorme plantengroei.

Door geleidelijke bodemdaling kwamen de planten resten onder water te liggen.

Doordat dat zij bedekt werden met klei en zand – gevrijwaard werden van zuurstof - vond er geen verrotting plaats.

- een kolenlaag van 1 meter dikte ontstond uit een humuslaag van 10 meter –

Dit proces herhaalde zich tot een totale dikte van ongeveer 3.5 km , welke de geologische benaming kreeg van het Carboon tijdperk..

Door de energie van de zon nemen de planten CO2 (koolzuur) op en uit de aarde H2O (water).

Onder enorme druk werd het water er uit geperst en door de hoge temperatuur op grote diepte ontstond koolstof ( C ) en mijngas ( CH4).

Het verloop van het proces van Veen tot Diamant:

Veen (turf)

Bruinkool

Steenkool

Grafiet

Diamant( onder extreme voorwaarden )

Naar gelang het percentage vluchtige bestanddelen is steenkool als volgt onderverdeeld:

Vlamkool       > 40 %

Gasvlamkool 40   - 35 %

Gaskool         28   - 28 %

Vetkool         20   - 28 %

Esskool         12   - 20 %

Magere kool minder 12 % vluchtige bestanddelen is onderverdeeld in:

Anthraciet               10 %

Super Anthraciet <   10 % (Willem-Sophia)

Cokes is in wezen kunst Anthraciet omdat de gasrijke steenkolen ontdaan zijn van de vluchtige bestanddelen ( ontgassing ) door verhitting tot 1000 graden Celsius

Cokes wordt voornamelijk gebruikt voor het verwerken van ijzererts tot diverse soorten staal.

Hieronder ziet U foto's van diverse soorten kolen.

( foto's niet kopiëren i.v.m. auteursrechten, Auteurswet 1912 )

© www.gluckauf.nl

 

Dit is een prachtig en groot stuk antraciet dat omhoog gehaald is in het laatste half jaar van de Domaniale Mijn (1969) door de heer Meijers, mijnwerker van de Domaniale Mijn, uit de 380 meter verdieping tussen Rolduc en Beerenbosch.

© www.gluckauf.nl

 

Briketten Union.

© www.gluckauf.nl

 

Grote briketten van de Oranje Nassau Mijn 1. Men noemde ze ook wel fabrieksbriketten of b.okbriketten.  Ze wogen per stuk 3, 7 of 10 kilo en werden bijvoorbeeld gebruikt door bakkerijen, fabrieken, scheepvaart enz... De 2 varianten op de foto's hiernaast wegen 10 kilo.

© K/ www.gluckauf.nl

 

Dit is syntraciet. Dit waren huisbrand kolen. Zo had bijvoorbeeld de Staatsmijn Wilhelmina een eigen syntraciet fabriek.

© www.gluckauf.nl

 

Dit zijn eierkooltjes van de Willem Sophia Mijn uit Kerkrade. Hier aan de voorkant de W en aan de andere kant de S.

© www.glukauf.nl

 

Dit zijn eierkooltjes van de Oranje Nassau Mijnen. Aan de voorkant was de letter O ingeslagen en aan de achterkant de letter N. De eierkool aan de rechterkant is een stuk groter dan de andere eierkooltjes. Zo hadden sommige  steenkoolmijnen een eigen eierbrikettenpers in de briketfabriek.

© www.gluckauf.nl

 

Dit is een eierkool van de Laura Mijn uit Eygelshoven. Op de voorkant staat de letter L en aan de achterkant staat de letter V. Dit staat voor Laura en Vereeniging.

© www.gluckauf.nl

 

Dit zijn de zogenaamde nootjes 1.

© www.gluckauf.nl

 

Dit is syntraciet.

© www.gluckauf.nl

 

Dit zijn de zogenaamde nootjes 2.

© www.gluckauf.nl

 

Dit zijn de zogenaamde nootjes 3.

© www.gluckauf.nl

 

Dit zijn nootjes 4.

© www.gluckauf.nl

 

Dit zijn ook nootjes nr.4.

© www.gluckauf.nl

 

Dit is kolengruis.

© www.gluckauf.nl

 

Voorbeeld box van diverse kool soorten en maten. Afkomstig van de OVS opleiding van de Oranje Nassau Mijnen.

© www.gluckauf.nl