|
Mijn Fietsen. De mijnfiets werd ondergronds gebruikt voor het vervoer van personen, vooral op tussendiensten. Voor dit vervoer golden de volgende voorschriften: 1. de fiets moest in goede staat van onderhoud verkeren en aan de eisen voldoen (bel, reflector en rem). 2. Het gebruikmaken van een mijnfiets was alleen toegestaan aan daarvoor bevoegde en geïnstrueerde personen. 3. Men moet op ieder gewenst moment de fiets tot stilstand kunnen brengen. 4. Er moest een helder wit licht uitstralende lamp worden gedragen. 5. Men mocht alleen op het aangewezen spoor gebruik maken. 6. Tussen een trein en een fiets en tussen twee fietsen moest de voorgeschreven afstand van 30 meter worden bewaard. 7. Indien een trein naderde moest worden gestopt, de mensen moesten afstappen en op een veilige plaats het voorbijrijden van de trein afwachten. 8. Indien een wissel moest worden omgelegd, moest de fiets voor de wissel tot stilstand worden gebracht. Na het passeren van de wissel moest deze weer in de oorspronkelijke stand worden teruggelegd. 9. Op een mijnfiets mochten niet meer dan het toegestane aantal personen plaatsnemen. 10. Op hoekpunten, bij het tegenkomen van mensen, bij het inhalen en passeren, in bochten en op kruisingen moest langzaam worden gereden en seinen worden gegeven. 11. Indien met de fiets munitie werd vervoerd moest volgens de bedrijfsvoorschriften worden gehandeld. ( foto's niet kopiëren ivm auteursrechten, Auteurswet 1912 ) |
/
| 3 koempels op een mijnfiets,
een opzichter,mijnwerker en een schietmeester, voor op de fiets staat de
schietkist. De foto is uit 1947.
© Engelen.
|
|
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/